Deze kop was op vrijdag 7 november te lezen in De Morgen.
Omwille van de financiële crisis zouden adverteerders in 2009 hun reclamebudgetten met 20 procent terugschroeven. De Canadees Brian Fetherstonhaugh, CEO van OgilvyOne Worldwide – met belangrijke klanten zoals Unilever en American Express – vindt dit onzinnig (en wij met hem!).
Toegegeven, we zitten in een recessie. De negende sinds 1945 maar deze zal iets hardnekkiger zijn. Er zal minder geld naar tv gaan. Bij de kranten zal de dalende trend zich voortzetten. Wat er met de deze voorbije jaren met 15 à 20 procent gestegen internetbudgetten zal gebeuren is nog een raadsel.
Fetherstonhaugh betreurt deze evolutie. Klakkeloos geloven dat je je reclamebudgetten moet terugschroeven is je reinste waanzin.
Wat dan?
- Eerst uitvissen waar je het meeste winst mee maakt. Welke campagnes hebben het meest opgeleverd? Zorg dat deze niet verloren gaan.
- Vraag je af waar consumenten het makkelijkst voor jouw product kiezen. Dit gebeurt meestal in de laatste rechte lijn voor de aankoop, nl. in de supermarkt of op de zoekmachines op het internet. Precies daar zijn mensen actief aan het shoppen. Ze weten vaak wat ze willen maar hebben nog niet voor een merk gekozen. Zorg dat het jouw merkt wordt!
- Bied zekerheid en vertrouwen aan de consument. Benadruk je sterktes.
- Beperk je tot je core business. Focus op datgene waar je het beste bent.
Reclamebureaus die niet over een goed digitaal toekomstplan beschikken zullen het de komende twee jaar knap lastig krijgen. De groeimarkt wordt ongetwijfeld de digitale markt.
Zijn boodschap aan studenten marketingcommunicatie?
De financiële crisis maakt het misschien wat minder plezant, maar zeker niet minder interessant. De digitale evolutie zorgt ervoor dat je direct met de consumenten kan communiceren. Je kan een echte relatie met hen uitbouwen.
Deze morgen werd ik wakker met het nieuws dat Chaudfontaine, een klein Belgisch watertje met beperkte naamsbekendheid, nu in ruimere waters vertoeft.

Sinds de overname door Coca-Cola in 2003, werd dan ook voor meer dan 50 miljoen euro geïnvesteerd in de productiesite: ondermeer in nieuwe productielijnen, infrastructuur en verpakkingen. Chaudfontaine, bij Luik, is een toonaangevend bedrijf in de Waalse regio.
Water is een heel eenvoudig product en daarom precies vormt het zo’n uitdaging. Je kan het simpelweg uit de kraan halen. Waarom zou je er dan je zuurverdiende centjes voor neertellen?
De marketeers begrepen dat het een ietsje meer mocht zijn. Het flesje is er niet een uit de duizend, het is een waar collector’s item. Je hebt een grote en een kleine versie. De vorm van de fles heeft wat van een jeneverfles. Inderdaad, als Perrier zijn eigen fles heeft, waarom Chaudfontaine dan niet…
Als gevolg van deze marketingzet krijg je in trendy restaurants al eens vaker een Chaudfontaine aangeboden in plaats van de obligate Spa wanneer je om ‘een watertje’ vraagt. Geen slechte evolutie.
Het Vaticaan komt met een eigen video channel op YouTube. Hierop kan je de laatste nieuwtjes, de toespraken van Paus Benedictus XVI en evenementen volgen welke door het Vaticaan worden georganiseerd.
Je kan het hier bekijken: http://www.youtube.com/vatican
Ingedeeld onder: Campagne, Communicatie, Cultuur, Imago | Tags: De Smaak van De Keyser, Hasselt, Limburg
Tot enkele jaren geleden kreunde Limburg nog onder de naweeën van de sluiting van de steenkoolmijnen begin jaren ‘90. De Limburgers hebben deze situatie echter weten om te keren. Hoe hebben ze dit klaargespeeld? Door op een slimme manier hun troeven uit te spelen! Ze richtten zich vooral op innovatie en toerisme.
Ik weet niet of je de reeks al gezien hebt, maar De smaak van de Keyser is één van die nieuwe reeksen die te bekijken is op Eén. Het is één van de best bekeken programma’s met bijna 1.7 miljoen kijkers per week. De serie speelt zich af in Hasselt en is tot stand is gekomen op initiatief van de provincie Limburg en de stad Hasselt zelf. De Smaak van De Keyser is een familiesaga rond drie generaties van vrouwen in een jeneverstokerij in Hasselt. Maar ook het verhaal van een spannende en mysterieuze zoektocht naar de waarheid én … naar de ultieme smaak van jenever.
Op zich lijkt dit niets speciaals, maar eigenlijk willen zij Hasselt namelijk profileren als “de hoofdstad van de smaak”. Rond de serie is een uitgebreid marketingprogramma opgezet om dagjestoeristen, shoppers en city-trippers naar Hasselt te lokken. In een voormalige jeneverstokerij is een “Smaakkamer” – waar naast de jenever van de serie ook andere regionale streekproducten kunnen geproefd en gekocht worden – ingericht, die de dag na de eerste aflevering is opengegaan.
De hele campagne was perfect voorbereid en alle voornoemde onderdelen van de campagne stonden klaar nog voor het eerste beeld op tv getoond was. Men stond als het ware de toeristen op te wachten! Bekijk ook zeker de website eens: http://www.desmaakvandekeyser.be/

Vorig jaar was er ook al een gelijkaardig geval met de serie Katarakt, eveneens op Eén. Die reeks speelde zich af in Haspengouw en vertelde het verhaal van een gezin van fruittelers. Sindsdien spreekt men van een “Katarakt-effect”. De serie, samen met het marketingcommunicatieprogramma, zette kijkers er massaal toe aan om de streek ook effectief te bezoeken. Het aantal overnachtingen in de fruitstreek steeg met liefst 50%. De economisch impact werd becijferd op bijna 2 miljoen euro aan extra inkomsten.
Incspring is een nieuw Amerikaans initiatief waar bureaus hun ontwerpen kunnen uploaden. Iedereen die een logo nodig heeft of op zoek is naar een nieuw logo kan op deze site tercht. Men kan meteen het logo van de site downloaden, natuurlijk tegen betaling.
De kostprijs bedraagt rond de 900 euro.
Ik vind dit een leuk initiatief alhoewel als ik op hun site keek, vond ik de logo’s toch niet zo schitterend. De logo’s zien er wat tweedehands uit naar mijn mening en de corporate identity is toch heel belangrijk voor de consistente presentatie naar buiten toe. Ik prefereer dus nog altijd dat de bedrijven hun bestaande ontwerper nog liever iets meer betalen!
Deze week kregen wij een staaltje van goede communicatie te bewonderen. Marie-Rose Morel, kopstuk van het VB, kwam met minder pretttig persoonlijk nieuws voor de proppen. Een week terug kreeg zij de bevestiging dat zij lijdt aan baarmoederhalskanker en dat haar overlevingskansen geschat worden op 10%.
Prompt stapte zij naar de pers. Aangezien zij op de Europese lijst staat, vond zij dat haar potentiele kiezers de waarheid mochten kennen. Niet om aandacht te trekken of uit politiek gewin, maar simpelweg omdat goede communicatie nu eenmaal moet.
Wanneer men haar minder op straat ziet campagne voeren (je kan dit ook deels van thuis uit van achter je PC), haar op plaatsen ziet opduiken waar men haar normaal niet verwacht, moet er niet gespeculeerd worden. Het gaat eventjes minder maar zoek niet te ver. De waarheid is gekend.
Ingedeeld onder: Communicatie, Imago, Winkelcommunicatie | Tags: Aldi, Colruyt, consument, display, Veritas
“Nog belangrijker dan het interieur is de communicatie met de consument”
Daniel Dullers, Standaard Boekhandel
Ben jij een funshopper of een runshopper? of ben je misschien een kameleon?
Ik vermoed dat weinig mensen of het ene of het andere zijn. Shopaholics (‘The secret dreams of a shopaholic’ van Sophie Kinsella ), er zijn er genoeg. Een dagje shoppen in Antwerpen, Gent, Brugge of Knokke, weinig jonge mensen draaien er hun hand niet voor om. Maar af en toe moet het er wat efficienter aan toe gaan. Wanneer we ’s avonds een snelle hap willen bereiden zijn Colruyt en Aldi niet ver uit de buurt. Colruyt en Aldi zijn duidelijke runshopwinkels. Alles is er op efficientie afgestemd (met uitzondering van de kassa’s).
Ook onze omgeving heeft een heel duidelijke invloed op ons shopgedrag. In stadscentra tref je vooral funshoppers aan, winkelen om het pure plezier van het winkelen. Langs de baan vind je vooral de efficiente runshoppers.
De nieuwe consument past zich aan zijn omgeving aan maar wil er ook iets van terug. De kameleonconsument wil een gezonde mix van fun en run.
Steeds meer marketeers beginnen te beseffen dat het winkelpunt het laatste echte overtuigingspunt is. De consument beslist meer dan ooit op de winkelvloer over wat te kopen. Voortaan moet de retailer naar de consument gaan in plaats van omgekeerd.
De dure klassieke animaties en degustaties volstaan niet meer. Met een goede display in 300 winkels daarentegen bereik je maar liefst een miljoen consumenten.
Een ander aspect is het interieur. Niet elke winkelverantwoordelijke is zich bewust van de impact die interieur, verlichting en zelfs geuren (de geur van lekker vers brood, …) wel hebben op ons koopgedrag. Hoe beter de sfeer, hoe langer we in de winkel blijven rondhangen en hoe meer we ontdekken en aankopen.
Essentieler dan de look is en blijft echter de actieve en passieve communicatie. De klant wil zich actief aangesproken voelen.
In deze optiek werden de Veritas-winkels een viertal jaar terug gerestyled. Veritas had gemerkt dat steeds minder vrouwen zelf aan het naaien gingen maar anderzijds merkte het op hoe kleding een vorm van zelfexpressie kan zijn. De accessoireshops moesten daarom fan run naar fun evolueren. De beleving werd centraal. De kleuren van de verlichting volgden de veranderende modetendensen, de vitrines vertelden om de drie weken een ander verhaal. Via workshops in de winkels wordt de consument gestimuleerd om creatief aan de slag te gaan met accessoires en wol.
De verkoopcijfers bewijzen het: de klanten tonen hun trouw door vaker binnen te springen en langer te blijven rondhangen…
Ingedeeld onder: Communicatie, Cultuur | Tags: bestseller, Indianen, marketeer
De Native Americans, kortweg de Indianen, hebben het nog steeds niet makkelijk. Na 200 jaar genocide en te zijn weggeduwd in reservaten die grotendeels bestaan uit onvruchtbare gronden – land waar niemand wil leven – valt er een kleine revival te bespeuren nu ze casino’s mogen openen op hun reservaten, maar het leven op het reservaat is zeker geen rozengeur en maneschijn.
In Europa weten wij heel weinig over deze minderheid, die bestaat uit zo’n 550 stammen. Onze bronnen zijn dan ook beperkt: Karl May, westerns, cartoons, … Niet zozeer de meest betrouwbare bronnen. Stilletjesaan breekt men de stilte rond dit thema open. In haar eind vorig jaar gepubliceerde logboek ‘Halfweg tussen liefde en haat’ wijdt Greet De Keyser er ‘Indians for ever’ aan.
In the Time van 10 november las ik een korte biografie van Tony Hillerman, wat me op gedachten bracht. Waarom geen romans inzetten om een product (in dit geval de Native Americans) verkoopbaar te maken?
Tony Hillerman, die in oktober 2008 overleed, was een bestseller schrijver van ‘mystery novels’. Hij brengt daar twee Navajo politieagenten ten tonele: Joe Leaphorn en Jim Chee. Hillerman was de eerste populaire auteur die consequent schreef over de Navajo en die hen niet als primitieve wezens afschilderde maar deze Indianen uit de Southwest accuraat, kleurrijk en met affectie beschreef. Met hun goede en minder goede trekken. De lezer kon niet anders dan erkennen dat zij even complex en gesophisticeerd zijn als mensen met een andere achtergrond.
In 1970 startte hij met The Blessing Way. Het werden uiteindelijk 18 romans.
Hillerman zelf had een favoriete anecdote over zijn eerste literaire agent die hij vaak herhaalde: “If you want to have success as a writer, you will have to get rid of all that Indian stuff.”
Hillerman bewees zo dat een auteur een zeer goed marketeer kan zijn. Door een format te kiezen dat aanslaat bij een groot publiek, kan je bepaalde ideeen makkelijker introduceren en populariseren.
Ingedeeld onder: Campagne, Communicatie | Tags: Censydiam, Jan Callebaut, kiescampagne, Leterme
Jan Callebaut is een omstreden man. Midden de jaren 90 gaf hij als toenmalig hoofd van Censydiam mee vorm aan de nieuwe VRT. Met zijn nadruk op cijferwerk en marktstudies werd hij de vleesgeworden marketingduivel. Iedereen die iets te verkopen had bleef een beroep op hem doen. Zo ook Yves Leterme (ja, nog maar eens, ik heb een fixatie op die man) en de CD&V, die Callebaut inhuurden voor de kiescampagne van 2007.
En hoe die verkiezingen zijn afgelopen, weten we nog maar al te goed. Yves Leterme werd premier met 800 000 stemmen.
Volgens goed ingelichte bronnen bleef Callebaut ook na juni 2007 de man achter de premier. Tot er een breuk kwam en Callebaut overstapte naar het kamp Kris Peeters.
De hele campagne was opgehangen aan de tegenstelling tussen “wij” en “ik”. Wat we ook mogen denken van onze individualistische maatschappij, onze samenleving hecht nog steeds veel belang aan de collectiviteit.
In de maanden voor de start van de campagne werd een studie gemaakt naar de onderstroom in de samenleving. Wat leeft er bij de mensen? Wat zijn hun idealen? Wat verlangen ze? Zo werden er veertig of vijftig relevante thema’s onderzocht bij dat deel van de bevolking dat openstaat voor de CD&V (zo’n 40 à 50%).
Heel concreet betekende dit dat, als iemand van de partij aan een debat moest deelnemen, die exact wist welk standpunt hij of zij moest vertolken.
Callebaut moest vaststellen dat het veel politici ontbreekt aan gestructureerde kennis ontbreekt. Ze weten niet steeds wat de mensen van de politiek verwachten. Er wordt ook te veel gedacht vanuit de waan van vandaag.
Een van de sterke punten van Leterme was zijn geloofwaardigheid. Die werd ruimschoots uitgespeeld tijdens de campagne. Maar wat blijft daar nu nog van over?
Callebaut maakt er zich vanaf met een vage: “Iedere mens is de optelsom van wat hij is en wat hij doet. “
Leterme heeft een paar problemen: Het is gemakkelijker om met 33 000 stemmen premier te zijn dan met 800 000. Je krijgt een sterk mandaat en men verwacht dat je alles op je eentje kan oplossen, maar regeren is teamwerk en vergt de nodige psychologische en diplomatische capaciteiten, zeker in de federale regering waar je een botsing van culturen krijgt die je niet hebt op puur Vlaams niveau.
Callebaut geeft toe dat marketingcommunicatie de loop van de geschiedenis niet kan veranderen. Het kan wel helpen om beter na te denken. Vele mensen worden een beetje nerveus wanneer politiek en marketingcommunicatie in een zin worden gebruikt omdat men marketingcommunicatie nogal eens durft associeren met misleiding en manipulatie. De essentie is en blijft echter: beter begrijpen.
Volgens Callebaut communiceert Leterme alleen wanneer hij de goedkeuring van de bevolking nodig heeft. Hij laat zich niet sturen door de perceptie van buitenaf. In onze samenleving moet je echter continu bezig zijn met communicatie. Je hoeft zeker niet alleen te verkondigen wat het publiek wenst te horen, je mag echt wel een eigen opinie verkondigen, maar dat mag dan niet naief of onbezonnen gebeuren. Je moet je steeds bewust blijven van de impact.
Ik weet het, ik ben waarschijnlijk al wat te laat maar een klein weekje geleden zag het er nog naar uit dat het ging gebeuren… ik spreek over de elfstedentocht.
In Nederland verschenen deze zomer heel wat advertenties met een knipoog naar het EK voetbal en de Olympische Spelen.
In België heet het een Top Topical, in Nederland een inhaakadvertentie. Het idee? Haak met de inhoud van je advertentie in op een actueel maatschappelijk thema.
Hier een mooi voorbeeldje van de Elfstedentocht die ik vorige week gevonden heb op het internet.
”Kom op, Bonke. Nog een paar centimeter!” roept de Nederlandse nationale worstenmaker Unox. Het bedrijf schenkt worsten en soep aan de ijsclubs. Met als afbeelding een mooie foto van de Bonkevaart, waar de elfstedentocht eindigt.
Ik vind het persoonlijk zelf een hele leuke manier van adverteren maar ik vind het vooral jammer dat zo weinig ondernemers er gebruik van maken.

Ingedeeld onder: Communicatie, Imago, Reclame | Tags: Dr. Pepper, Product placement, SpiderMan
Product placement of ook wel brand placement genoemd is geen nieuwe tactiek om een product of dienst in de kijker te zetten. Het is al jaren een gebruikte manier om het merk bekender te maken (awareness). Er zijn zoveel voorbeelden zoals James Bond die in een BMW rijdt, of Will Smith in een audi. Laptops, tabak, gsm’s, deodorant,… Het zijn allemaal veel gebruikte voorbeelden van product placement.
Toen ik zonet naar SpiderMan aan het kijken was, viel het me op dat ook hier aan product placement werd gedaan.
Er zijn wel nog meerdere merken die tevoorschijn komen in deze film zoals Alpha Romeo, Carlsberg, Chrysler, Jaguar, McDonald’s, Mercedes, Samsung.
Hier een voorbeeldje van Dr. Pepper ….
Ingedeeld onder: Campagne | Tags: above-the-line, Delhaize, POS, spaaractie
Adverteerder: Delhaize
Communicatiebureau: Opus

Via een spaarmechanisme wilde Delhaize meer Belgische families bereiken. Ze hadden het niet alleen op de kinderen gericht maar ook op de ouders, grootouders, ooms en tantes die aan het sparen gingen slaan.
Creatief concept: Naar aanleiding van de vijftigste verjaardag van de Smurfen kwam Delhaize op het idee om een spaaractie te ontwikkelen. Ze ontwikkelden een actie waarbij de klanten per aankoopschijf van 20 euro een zakje met vijf stickers kregen. Die konden ze kwijt in een Panini-stickeralbum (bv. stickerboeken rond voetbal, ….)
De media die werd gebruikt voor deze actie was POS (affichage, vitrinestickering, banners) en above-the-line (krantenadvertenties, radiospots)
Deze eenvoudige spaaractie groeide uit tot een echte hype en Delhaize spreekt van een behoorlijk gestegen aantal klantenbezoeken, alhoewel ik geen concrete cijfers gevonden heb.